PDF - Archief

Home > PDF - Archief

Bielefeld, M., Dorp, R. van, Moscoso, N., Fernandez Tadeo, C., Verbeek, G. (2022): Rapid load testing of foundation piles in Barcelona. Geotechniek 2022, International Special Stress Wave Conference 2022, p.10.

After the planned bi-directional load tests for a construction project in the port of Barcelona showed inconclusive results, execution of a large number of additional pile load tests was required, at short notice and with heavy test loads. This was possible by performing Rapid Load Tests (RLT), using a StatRapid device. In total 25 tests up to 12 MN were executed within 9 working days, putting the project back on track.

England, M., Profittlich, M. (2022): Bi-directional O-cell foundation testing: to optimize foundation design safely and sustainably. Geotechniek 2022, International Special Stress Wave Conference 2022, p.14.

Worldwide awareness of climate change continues to increase, as do calls for action. Reducing the carbon emissions for buildings and infrastructure can help to limit global temperature rise and achieve a net zero future. Concrete production is responsible for 5 % to 7 % of total CO2 emissions worldwide. The construction industry, and in particular the foundation industry, is able to take steps to reduce their contribution. One potential saving is through optimising the foundation of (high-rise) buildings, bridges and infrastructure projects.

Accurate foundation design is a critical area for efficient use of concrete and steel in the ground. Calibration of the design of foundations can unlock huge savings in terms of material usage and project timescales and these are best done by full-scale load testing to evaluate the pile or barrette behaviour. O-cell® bi-directional load testing can be used to verify the pile performance and compare it against the design in the most efficient, safe and cost-effective manner of all types of foundations – particularly for larger test loads. The project examples described in this article show that using full-scale static load testing with O-cell® bi-directional testing can reduce carbon emissions and improve project efficiencies.

Hölscher,P., Hopman, V., Veltmeijer, A. (2022): Development of advanced pile integrity test methods for cast in-situ piles. Geotechniek 2022, International Special Stress Wave Conference 2022, p.4.

Cast in-situ piles are sensitive for defects during installation. Therefore, integrity of the pile-shaft must be tested. Traditional sonic testing often leads to discussion on the acceptance of piles. More advanced methods that give reliable information on concrete quality and diameter of the pile at distrusted locations are required. This paper describes a field test in which several of these methods have been evaluated. Two methods (Seismic Tube and Deep Acoustic Check) are presented in more detail.

IJnsen, P. (2022): Van ’t Hek: offering specialist services around the world. Geotechniek 2022, International Special Stress Wave Conference 2022, p.9

The family owned company Van ‘t Hek was founded in 1945 in the Netherlands as a General civil contractor. In the 1970’s the company put focus on the execution of Deep Foundations by Piling and sheet pile retaining structures as a sub-contractor. Back in the day it were mainly timber - and precast concrete piles for civil works, housing and commercial building projects that Van ’t Hek drove with self - build dragline based piling rigs.

Today Van ’t Hek is market leader in the Netherlands and holds this position for already a decade. It is part of the Van ’t Hek Group, together with other subsidiary that focus on Piling or related services, each with it’s own specialization. Van ’t Hek Group is still family owned and the third generation is in charge.

Van ’t Hek is seen around the world offering it’s specialist service that, dependent on the client’s wishes can extend from pile design, through execution to pile testing and environmental monitoring and the design and construction of Special Purpose Equipment.

Aantjes,H.,Hölscher,P. (2022): Stress Wave Conference. Na 30 jaar terug in Nederland. Geotechniek 2022, nr. 2, p.17.

Dit artikel beschrijft de opzet van de elfde Stress Wave Conferentie die van 19 tot en met 22 september 2022 in Rotterdam zal plaatsvinden. Het gaat in op de wetenschappelijke ontwikkelingen rondom. De conferentie belichten de ontwikkeling voor statische en dynamische testmethoden op diepe funderingen on- en offshore, paal belastingproeven, trillingsanalyse en monitoring van palen en damwanden en de ontwikkeling van ontwerp- en test richtlijnen voor deep funderingen, inclusief case studies. Afgesloten wordt met een test- en demonstratiedag.

Meer informatie op www.sw2022.org.

Bilfinger, W. (2022): Two non-conventional piled embankments in Brazil. Geotechniek 2022, nr.2, p.70.

Piled embankments are an interesting solution for soft soil environments, where the construction of conventional embankments is often associated with stability problems and/or excessive settlements. Instead of loading surficial soft soil, the embankment weight is carried by piles and founded on deeper seated, more competent soil layers. To improve the load transfer from the embankment to the piles, usually pile caps are used.

Blom, C., van der Werf, K., Stuurman, R., Kooi, H. (2022): Klimaatverandering, klei en funderingsproblemen, een case studie (deel 1). Geotechniek 2022, nr.2, p.20

In de zomer van 2020 is er grote schade ontstaan aan een woonhuis in Rekken. Deze zomer was de derde opeenvolgende droge en warme zomer. Als gevolg hiervan is de kleiondergrond waarop het huis staat (erg) uitgedroogd. Metingen laten zien dat het volume van deze klei sterk afhangt van het watergehalte. Dit zwel- maar vooral krimpgedrag is waarschijnlijk de oorzaak van de ontstane schade. Op verschillende plaatsen rond het huis zijn peilbuizen geplaatst waarmee het waterniveau als functie van de tijd is gemeten. Met gegevens uit de literatuur is een mogelijke oplossing van het probleem geformuleerd. Door in het voorjaar van 2021 plaatsen van horizontale en verticale vochtbarrières rond het huis zou schade in de toekomst voorkomen kunnen worden. Met verschillende sensoren wordt het effect hiervan gemonitord.

Fugro (2022): Geavanceerd 3D ondergrondmodel voor ontwerpen verbreding snelweg A9. Geotechniek 2022, nr.2, p.38

De verbreding van de snelweg A9 is complex door de uitdagende bodemopbouw van deze locatie. Om de geo-risico’s te verkleinen is door Fugro aan FFC Construcción voorgesteld om een nauwkeurig 3D ondergrondmodel te maken. Met de lokale geologische kennis van ervaren geotechnische adviseurs, ondersteund door uitgebreid grond- en laboratoriumonderzoek, zijn grote hoeveelheden Geo-data verwerkt, geanalyseerd en inzichtelijk gemaakt voor alle betrokken partijen ten behoeve van het ontwerp van de snelwegverbreding.

Hoefsloot, F. (2022): Simulatie en verbetering interpretatie CRS-Proef. Geotechniek 2022, nr.2, p. 32.

Voor het bepalen van samendrukkingsparameters worden internationaal proeven uitgevoerd. De uitvoering van de proef is in diverse normen en richtlijnen vastgelegd. Onderscheid wordt gemaakt in meertraps samendrukkingsproeven (Engels: Incremental Loading Test of Oedometer Test) en CRS-proef (Engels: Constant Rate of Strain Test). De interpretatie van de proef, ofwel het afleiden van samendrukkingsparameters is meestal niet vastgelegd, mede omdat de interpretatie afhankelijk is van het toe te passen zettingsmodel. Om parameters voor een zettingsmodel af te leiden uit samendrukkingsproeven en CRS-proeven is een simulatie van deze proeven een uitstekend instrument. Alleen op deze wijze kan aangetoond worden hoe parameters dienen te worden bepaald uit proeven. In dit artikel wordt de simulatie van een CRS-proef afgeleid en de karakteristieken van het resultaat onderzocht. In een eerder verschenen artikel is de simulatie van een samendrukkingsproef behandeld. De simulatie van een CRS-proef toont aan dat de gebruikelijke afleiding van parameters niet geheel correct is en dat aanscherping van de interpretatie noodzakelijk is.

Lange, D. de, Duinen, A. van, Peters, D. (2022): What is an appropriate criterium for the transition from a wider penetrometer to smaller pushing rods? Geotechniek 2022, nr.2, p.52.

As 15 cm2 cone penetrometers are pushed by Ø 3.6 cm rods, a transition from the wider penetrometer to the smaller pushing rods is needed. It has been noticed in practice that CPT sounding companies prefer and use configurations in which the transition is in between 5 to 7 times the cone diameter, D, above the cone shoulder. However, according to NEN-EN-ISO 22476, the transition should be positioned at least 11.2D above the cone shoulder. In order to fuel discussion, a first step was made by performing two series of 9 CPTs with different penetrometer configurations. The results have been analysed and no systematic differences between the different penetrometers are found. Better understanding and validation is needed, but if all results point in the same directions, the standards can be updated.

McConnell, A. (2022): Cone penetration testing in extremely soft soils – solving the problem of poor sleeve friction measurements. Geotechniek 2022, nr.2, p.50.

Insitu Geotech Services Pty Ltd (IGS) is an Australian in situ testing and sampling company that provides services to construction, infrastructure and mining. It is the largest company that specialises in this field in Australia, but still numbers only about 30-40 personnel. See www.insitu.com.au.

IGS has built its business around providing high quality test data to their clients and is thus very much results-focused; if something seems to be lacking or warrants improvement then they will focus on solving that issue or improving on it. The small company has driven several innovations, in particular in the past in regard to better quality sampling of soft soils.

The most recent innovation driven by IGS has been the conception/development of a CPT cone capable of detecting and measuring extremely low sleeve friction (fs) values.

This cone was conceived and developed in conjunction with IGS’s CPT equipment supplier-partner Geomil Equipment B.V. of The Netherlands (Geomil), and it involved shifting a design paradigm.

The concept, design, paradigm shift etc, and the successful outcome, are described in a paper to be published as part of the proceedings of the Conference CPT’22, to be held in June 2022 in Bologna Italy.

The 2022 conference paper closes with the following: “So far the new CPT, calibrated and managed as described ………, is meeting or exceeding the authors’ expectations”.

Nods, M., Dijkstra, J. (2022): 2nd Niger bridge project in Nigeria. Geotechniek 2022, nr.2, p.68.

Nigeria is one of the most populated countries in Africa. With approximately 200 million inhabitants in a country three times the size of Germany and a massive growth rate, there is a large demand for infrastructure. This is also the case in Onitsha, a town in the centre of Nigeria. The city is located next to the river Niger. There is only one single two-lane bridge to cross the river. The bridge was constructed in 1964 and part of the Pan-African highway system. It provides the access to the massive city of Lagos, with over 15 million inhabitants in the south-western part of the country.

At the time of construction of the bridge, Onitsha had only 130.000 inhabitants. Currently the city has over 1.500.000 people. This enormous growth has resulted in increased traffic intensity, massive congestions, and an overuse of the not well-maintained bridge. A decade after the construction of the bridge it was already concluded that the capacity was insufficient, but it took over 40 years to start the actual construction of a new 1,590 m long second Niger bridge and corresponding infrastructure of 10 km length. In 2018 the locally well-known contractor Julius Berger Nigeria acquired the key project as a design and construct contract.

Pries, J.K. (2022): Coastal protection with geotextile sand containers at Lubmin in Germany. Geotechniek 2022, nr.2, p.72.

In the area of Lubmin on the Baltic Sea, the existing coastline with sand dunes has been severely impacted by multiple storm surges. A solution is being implemented with an underground protection structure using Geotextile Sand Containers (GSC). To reinforce approximately 2 km of coastline, a total of 34,000 elements are being installed of approximately 1.4 tonnes each.

Geotextile Sand Containers (GSC) are soft and flexible construction elements which can adapt very well to the surrounding coastal conditions and can provide effective erosion control. Geotextile Sand Containers are a worldwide used construction method for anti-scouring for example around bridge foundations, offshore wind parks or beach protection. They can be applied in sand dune beach protection systems, like the project in Lubmin. In Nigeria at the Second Niger Bridge project, Geotextile Sand Containers were used in a different application, being a scour protection system around the bridge foundations in the middle of the river.

Normal sand subsoils can be quite vulnerable to erosion, when subjected to large hydraulic forces from wave attacks, flows and currents. By putting sand into high performance nonwoven elements (containers), stable confinements can be realized as a durable and permanent solution. In order to be able to guarantee the durability of the structures, comprehensive knowledge of the design, dimensioning and the project boundary conditions is required.

Verbeek, G. (2022): CPT – an old and proven soil investigation method with a bright and exciting future. Geotechniek 2022, nr.2, p.58.

While the official reason for this special issue of Geotechniek is the CPT’22 conference, another equally good reason for this issue could have been that Cone Penetration Testing turns 90 this year. Over the years this soil investigation technique, which started out as a simple solid mechanical cone that was pushed by hand into the soil, has developed into a sophisticated testing method, where a digital instrument with multiple sensors is pushed down using a hydraulic pusher. But as pointed out in this article, the developments continue and that is why CPT is an old and proven soil investigation method with a bright and exciting future.

Vraag & Antwoord (2022). CGF 1 Examenvraag juni 2021. Geotechniek nr.2, p.13.

Examenvraag CGF1 – juni 2021

Woollard, M. (2022): COSON-ST: from manually operated to CPT robot. Geotechniek 2022, nr.2, p.56.

The Cone Penetration Test (CPT) cabin as working environment, built on trucks, crawlers or Track-Trucks®, will more and more develop from a workshop into an office. Before, operators were mainly dealing with manual operations to keep the production going. Nowadays and in the future, it can be increasingly expected that time "on board" will be spend on design or other office-related work next to performing CPTs. By integrating the patented SingleTwist™ technology in a CPT cabin with the COSON continuous pushing system, A.P. van den Berg has developed an automatic and hands-free CPT machine.

Lange, D. de, Duinen, A. van, Peters, D. (2022): What is an appropriate criterium fort he transition from a wider penetrometer to smaller pushing rods? Geotechniek 2022, International Special CPT 2022, p.6

As 15 cm2 cone penetrometers are pushed by Ø 3.6 cm rods, a transition from the wider penetrometer to the smaller pushing rods is needed. It has been noticed in practice that CPT sounding companies prefer and use configurations in which the transition is in between 5 to 7 times the cone diameter, D, above the cone shoulder. However, according to NEN-EN-ISO 22476, the transition should be positioned at least 11.2D above the cone shoulder. In order to fuel discussion, a first step was made by performing two series of 9 CPTs with different penetrometer configurations. The results have been analysed and no systematic differences between the different penetrometers are found. Better understanding and validation is needed, but if all results point in the same directions, the standards can be updated. Geotechniek 2022, International Special CPT 2022, p.6

McConnell, A. (2022): Cone penetration testing in extremely soft soil-solving the problem of poor sleeve friction measurements. Geotechniek 2022, International Special CPT 2022, p.4.

This article is an extract from the CPT’22 paper referenced herein.

Measurement of extremely low sleeve friction (fs) values during CPT testing is an industry-wide problem, often treated as an “elephant in the room”.

The paper describes the development of an innovative new CPT cone that the authors believe has largely solved this problem.

The solution has involved shifting of the paradigm, that “if you want to most accurately measure sleeve friction, you must use a Compression Cone”. This solution involved the use of a Subtraction Cone design.

The solution also involved development of more-responsive-than-conventional load cells using a special alloy for the load cell base, rather than steel.

So far the new CPT, calibrated and managed as described in this paper, is meeting or exceeding the authors’ expectations.

Verbeek, G. (2022): CPT – an old and proven soil investigation method with a bright and exciting future. Geotechniek 2022, International Special CPT 2022, p.12.

While the official reason for this special issue of Geotechniek is the CPT’22 conference, another equally good reason for this issue could have been that Cone Penetration Testing turns 90 this year. Over the years this soil investigation technique, which started out as a simple solid mechanical cone that was pushed by hand into the soil, has developed into a sophisticated testing method, where a digital instrument with multiple sensors is pushed down using a hydraulic pusher. But as pointed out in this article, the developments continue and that is why CPT is an old and proven soil investigation method with a bright and exciting future.

Woollard, M. (2022): Coson-ST: from manually operated to CPT robot. Geotechniek 2022, International Special CPT 2022, p.8.

The Cone Penetration Test (CPT) cabin as working environment, built on trucks, crawlers or Track-Trucks®, will more and more develop from a workshop into an office. Before, operators were mainly dealing with manual operations to keep the production going. Nowadays and in the future, it can be increasingly expected that time "on board" will be spend on design or other office-related work next to performing CPTs. By integrating the patented SingleTwist™ technology in a CPT cabin with the COSON continuous pushing system, A.P. van den Berg has developed an automatic and hands-free CPT machine.

ANP (2022): Anker Nagel Paal. Geotechniek 2022, nr. 1, p.32.

Hoefsloot, F.J.M. (2022): Simulatie en verbetering interpretatie samendrukkingsproef. Geotechniek 2022, nr. 1, p.18.

Voor het bepalen van samendrukkingsparameters worden laboratoriumproeven uitgevoerd. De uitvoering van de proef is in diverse normen en richtlijnen vastgelegd. Onderscheid wordt gemaakt in meertraps samendrukkingsproeven (Engels: Incremental Loading Test of Oedometer Test) en CRS-proef (Engels: Constant Rate of Strain Test). De interpretatie van de proef, ofwel het afleiden van samendrukkingsparameters is meestal niet vastgelegd, mede omdat de interpretatie afhankelijk is van het toe te passen zettingsmodel. Om parameters voor een zettingsmodel af te leiden uit samendrukkingsproeven en CRS-proeven is een simulatie van deze proeven een uitstekend instrument. Alleen op deze wijze kan worden aangetoond hoe parameters dienen te worden bepaald uit proeven. In dit artikel wordt de simulatie van een samendrukkingsproef afgeleid op basis van het veelgebruikte isotachenmodel inclusief een onmisbare beschrijving van consolidatie en worden de karakteristieken van het resultaat onderzocht. In een vervolgartikel wordt de simulatie van een CRS-proef behandeld. De simulatie van een samendrukkingsproef toont aan dat de gebruikelijke afleiding van parameters niet geheel correct is en dat aanscherping van de interpretatie noodzakelijk is.

Kievit, F. de, Sweijen, T., Zecha, A., Groot, K. de, Stoel, A.E.C. van der (2022): Waterglasinjectie als grondverbeteringstechniek: wat is de invloed van organisch stof in de bodem. Geotechniek 2022, nr. 1, p.27.

Waterglasinjecties worden vaak toegepast als grondverbeteringstechniek om zandlagen te versterken voor tijdelijke en/of permanente situaties. Het betreft zogenaamde hardgels die worden toegepast als grondkerende injectielagen, als grondverbetering onder (monumentale) fundaties en/of paalpuntinjectie ter verhoging van het paaldraagvermogen. Tijdens projecten blijkt uit kernboringen in geïnjecteerd zand dat de druksterkte nogal kan variëren met locatie en diepte. De resultaten van het afstudeeronderzoek van Frank de Kievit (Universiteit Utrecht) laten zien dat organische stof mogelijk een rol speelt bij deze variatie in druksterkte en dat het daarom aan te raden is het organische stofgehalte mee te nemen in het ontwerp, hetzij door dit vooraf te bepalen, hetzij door een proefinjectie uit te voeren.

Li, J., Sierens, Z.,Li, Y., Vlieger, J. De (2022): Evaluatie van het gebruik van groutoverschotten in zandcement voor wegenbouwkundige toepassingen. Geotechniek 2022, nr. 1, p.34.

Grouting is een veelgebruikte grondverbeteringstechniek waarbij een water-cement mengsel geïnjecteerd wordt in de grond om de technische eigenschappen van de grond te veranderen en/of te verbeteren. Eén van de problemen bij deze techniek is het ontstaan van een grote hoeveelheid grout-overschotten, in de praktijk wordt dit ook wel spoil of retourspecie genaamd. Deze grout-overschotten zijn een mengsel van cement, water en verschillende soorten grond. In dit onderzoek wordt nagegaan op welke manier grout-overschotten gebruikt kunnen worden als vervanger van natuurlijk zand in zandcement voor funderingstoepassingen in de wegenbouw. Er worden een aantal stalen verzameld uit verschillende bouwwerven in Vlaanderen. Deze bestaan zowel uit vloeibare stalen (opgeslagen in kuilen) als vaste stalen (uitgegraven uit kuilen en opgeslagen op de bouwwerf). De grout-overschotten worden gebroken en hun verschillende eigenschappen zoals de korrelverdeling, zandequivalent, hydrometeranalyse, methyleenblauw-waarde en plasticiteitsindex worden bepaald. De gebroken grout-overschotten worden gebruikt ter vervanging van natuurlijk zand in zandcementmengsels. Vervolgens worden de mechanische eigenschappen van de zandcementmengsels onderzocht. De bekomen testresultaten bewijzen dat het mogelijk is om gebroken grout-overschotten te gebruiken in zandcementmengsels waarbij de vooropgestelde druksterkte nog steeds behaald wordt.

Liere, T. van, Antonissen, G., Lottum, H. van (2022): Funderen op en afvalberg. Geotechniek 2022, nr. 1, p.44.

In 2017-2018 heeft Mobilis in combinatie met Van den Biggelaar Grond en Waterbouw voor Afvalzorg te Assendelft een geheel nieuwe loskade met een viaduct voor de verbinding van de kade met het bedrijfsterrein van Afvalzorg ontworpen en uitgevoerd. TBI-onderneming Mobilis heeft in eigen beheer het definitief en uitvoeringsontwerp van het viaduct uitgevoerd. Het bijzondere aan het ontwerp van het viaduct is dat één van de landhoofden door middel van een fundering op staal direct op de afvalberg wordt gefundeerd. In dit artikel wordt ingegaan op het ontwerp, uitvoering en gemeten zettingen van de fundering op de afvalberg.

Nancey, A., Hazenkamp, M. (2022): Efficiënt ontwerpen en construeren met hoog-modulus geweven geotextiel. Geotechniek 2022, nr. 1, p.58.

Hoge-sterkte polypropyleenweefsels worden al decennia toegepast bij de aanleg van bijvoorbeeld (bouw)wegen, opstelplaatsen voor mobiele kranen voor bijvoorbeeld de aanleg van windparken of hoogspanningsmastparken en als versterkende scheidende laag voor waterbouwkundige taludconstructies. Ook vervullen ze hun stabiliserende werking bij de aanleg van containerterminals of andere zwaar belaste civieltechnische constructies.

Een nieuwe generatie PP-weefsels heeft een hoge elasticiteitsmodulus, zoals de HMi-productserie van TenCate Geosynthetics, geïntroduceerd in 2021. Deze PP-weefsels kennen dezelfde toepassing als de eerste generatie, maar de hoog-modulus-eigenschappen genereren een groot aantal constructieve voordelen. Daardoor is optimalisatie en in veel gevallen een duurzamere constructiewijze mogelijk.

Schippers, R.J., Broekens, R.R. (2022): Geotechnisch ontwerp van De Zalmhaven te Rotterdam (deel 2). Geotechniek 2022, nr. 1, p.10.

In deel 1 van dit artikel werd voor het project De Zalmhaven ingegaan op de berekeningswijze van de geotechnische draagkracht volgens NEN 9997-1+C2;2017 [1] en de bepaling van de statische en dynamische veerstijfheid van de paalfundering van de 215 m hoge woontoren. In deel 2 wordt ingegaan op de verwachtte zetting van het gebouw en de invloed op de omgeving, welke gedetailleerd is geanalyseerd met behulp van 3D Eindige Elementen berekeningen. Er wordt tevens aandacht besteed aan de tijdsafhankelijke toename van de normaalkracht in de palen. Tenslotte worden de resultaten van inmiddels uitgevoerde zettingsmetingen tijdens de bouw in relatie tot de zettingsprognose behandeld.

Berkom, I. van, Brinkgreve, R., Lengkeek, A., Jong, K. de (2021): Geautomatiseerde parameterbepaling in de geotechniek: van sondering tot modelparameter. Geotechniek 2021, nr. 4, p.16.

Het bepalen van een geschikt constitutief model en bijbehorende modelparameters wordt beschouwd als een van de meest uitdagende stappen bij het maken van een betrouwbaar eindige-elementenmodel voor een geotechnisch project. Vele empirische correlaties zijn voorgesteld door verschillende onderzoekers om grondparameters uit in-situ proefresultaten te bepalen. Er is echter geen eenduidige methode om constitutieve modelparameters te bepalen. Daarbij is er in het beginstadium van een project vaak een gebrek aan grondgegevens. Dit leidt ertoe dat verschillende ingenieurs verschillende oplossingen berekenen voor hetzelfde probleem, wat het algehele vertrouwen in numerieke analyses ondermijnt. Als oplossing presenteren TU Delft en samenwerkingspartners een geautomatiseerd parameterbepalingssysteem (Brinkgreve, 2019; Van Berkom, 2020), gebaseerd op de grafentheorie (Diestel, 2017). Het resultaat is een netwerk van paden tussen de originele gemeten sondeergegevens en de uiteindelijke modelparameters. Het toont overeenkomsten met een satellietnavigatiesysteem, echter geven verschillende paden verschillende waarden en nauwkeurigheden, waaruit een optimale parameterwaarde bepaald kan worden. Het doel is om ingenieurs te ondersteunen bij het gebruik van geavanceerde ontwerpmethoden, waarbij meer eenduidigheid ontstaat in de resultaten. Ondertussen wordt door een team van specialisten bij Witteveen+Bos, TU Delft, Bentley Systems en TU Graz het parameterbepalingssysteem verder uitgebreid en gevalideerd.

CEMS (2021): Microservices: sleutel tot een geautomatiseerd ontwerpproces. Geotechniek 2021, nr. 4, p.26.

De ambitie van CEMS is om geotechnische en geohydrologische tools als microservice te leveren, zodat deze kunnen worden geïntegreerd in een, zoveel mogelijk, geautomatiseerd ontwerpproces. CEMS challenget daarmee de bestaande ontwerpsoftware waarmee onderlinge koppelingen niet mogelijk of gebrekkig zijn, die nog niet optimaal gebruik maken van het daadwerkelijk automatiseren van zoveel mogelijk handelingen en die onvoldoende gebruik maken van Cloud voordelen

CloudPiling (2021): Parametrische ontwerptools leveren materiaal- en tijdwinst op. Geotechniek 2021, nr. 4, p.20.

Onder het motto “We make the drilling industry go digital” werd CloudPiling in mei 2020 geboren. CloudPiling heeft een duidelijk doel voor ogen: Breaking new ground.

Het onafhankelijk softwarebedrijf (SaaS) zet alles op alles om het volle potentieel van elke ingenieur te benutten. Door digitale ondersteuning voor de beaten track, komt de new ground haarscherp in beeld. CloudPiling automatiseert wat repetitief en voorspelbaar is en creëert tijd en ruimte voor het genie dat in elke ingenieur schuilgaat. En dat creëert op die manier een nooit geziene materiaal- én tijdwinst.

Dijk, B. van, Verstijnen, B. (2021): Automatisering van stabiliteit en kritische treinsnelheid voor railinfrastructuur. Geotechniek 2021, nr. 4, p.22.

Ten behoeve van het ontwerp en de toetsing van railinfrastructuur is met Python een aantal tools ontwikkeld rondom Geolib voor het automatisch berekenen van de stabiliteit en de kritische treinsnelheid van bestaande aardenbanen.

Met behulp van de tools worden de invoer files voor de stabiliteit (D-stability stix files) en kritische treinsnelheid gegenereerd.

Nadat de doorsnedes zijn doorgerekend met D-stability worden invoer en resultaten automatisch overzichtelijk gepresenteerd in een rapport. Ook worden GIS files gegenereerd, zodat de resultaten in een topografisch bovenaanzicht kunnen worden gepresenteerd met kleuraanduiding voor de berekenende veiligheidsfactoren. Naast de stabiliteit van het baanlichaam (diepe glijvlak onder de spoorconstructie) worden ook de oppervlakte en taludstabiliteit waarbij de integriteit van de spoorconstructie zelf niet wordt aangetast (glijvlak door het talud naast de spoorconstructie) en de kritische treinsnelheid berekend en gepresenteerd.

Met behulp van de automatisering kan snel en overzichtelijk de stabiliteit van wegen en spoorbanen worden bepaald en kunnen kritische locaties makkelijk worden opgespoord. Daarnaast zorgt de automatisering voor het verminderen van menselijke fouten omdat handmatige handelingen, zoals het invoeren van dwarsprofielen, worden geminimaliseerd.

Eckhardt, P. (2021): Bouw kan veel leren van banken. Paulus Eckhardt gelooft in digitalisering. Geotechniek 2021, nr. 4, p.15.

VolkerWessels houdt zich bezig met grootschalige projecten: van rails en wegen tot grote kunstwerken en technische installaties. In al die projecten kan digitalisering een belangrijke bijdrage leveren helpen. Aan Eckhardt de taak om de weg te wijzen, zowel extern bij klanten en andere betrokkenen, als intern bij de eigen collega’s binnen het bedrijf. ‘In elke ranglijst over de mate van digitalisering bungelt de bouwwereld ergens onderaan’, zegt Eckhardt. ‘Andere sectoren, zoals de bankwereld, zijn veel verder. Daar kan onze sector veel van leren.’

Eekelen, S. van, Han, J. (2021): Paalmatrassen, state-of-the-art. Geotechniek 2021, nr. 4, p.52.

In 2017 organiseerden de auteurs van dit artikel de Eerste Internationale Workshop over Paalmatrassen. Twintig internationale experts en 70 deelnemers waren aanwezig bij de workshop die werd gehouden in de Tongji universiteit in Shanghai in China. Vervolgens kregen de auteurs van dit artikel de kans om op te treden als gast-redacteur van een Special Issue van het internationale wetenschappelijke tijdschrift Geosynthetics International (Van Eekelen en Han, 2020a). Deze speciale uitgave bevat 14 journal papers, plus een lead paper van de hand van de gast-redacteurs (Van Eekelen en Han, 2020b,). De paper geeft een zeer uitgebreid overzicht van de state-of-the-art van paalmatrassen. Dit artikel in GeoKunst beschrijft enkele highlights uit de state-of-the-art paper.

IJnsen, P. (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. Dubbel jubileum. Geotechniek 2021, nr. 4, p.9.

Juijn, P (2021): Ingenieursbureau Lankelma bestaat 125 jaar. Geotechniek 2021, nr. 4, p.42.

Liere, T. van (2021): Suurhoffbrug en geotechniek onlosmakelijk verbonden. Geotechniek 2021, nr. 4, p.46.

Linden, T. van der, Habets, C., Es, J. van, Roubos, A. (2021): Geotechnisch ontwerp geautomatiseerd: de winst in de praktijk. Geotechniek 2021, nr. 4, p.28.

Door de mogelijkheden van digitalisering en automatisering volledig te omarmen en te implementeren in de geotechnische ontwerppraktijk, kan snel en op een efficiënte wijze meerwaarde worden gerealiseerd ten aanzien van bouwkosten alsmede op het gebied van duurzaamheid. In dit artikel wordt de opzet en toepassing van een gedigitaliseerd en geautomatiseerd ontwerpproces met eindige-elementen modellen besproken. De brede toepasbaarheid van de gecreëerde tools en de verschillende voordelen die men daarmee kan behalen worden toegelicht aan de hand van praktijkvoorbeelden. Deze voorbeelden betreffen een variantenstudie voor een complexe kaderenovatie, het ontwerp van nieuwe lijninfrastructuur binnen een groot tunnelproject en een uitgebreide analyse van een bestaande diepzeekade. Afsluitend wordt nader ingegaan op de volgende stappen die genomen moeten worden om het gedigitaliseerde ontwerpproces nog verder te verbeteren, o.a. ten aanzien van uitwisseling van data en de koppeling met andere softwarepakketten en disciplines.

Velde, E. van der (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. Hoort, zegt het voort. Geotechniek 2021, nr. 4, p.11.

VOORBIJ FUNDERINGSTECHNIEK-SPECIAL (2021). Geotechniek 2021, nr. 4, p.33.

Admiraal, B. (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. Een belangrijk platform. Geotechniek 2021, nr. 3, p.19.

Alboom, G. Van, Trève, C.,Bottiau, M.,Descamps, F. (2021): Registratieproject geotechnicus/geotechnisch deskundige in België. Geotechniek 2021, nr. 3, p. 40.

De BGGG (Belgische Groepering voor Grondmechanica en Geotechniek) heeft samen met RockEnGeo.be (Belgische Vereniging voor Ingenieursgeologie en Rotsmechanica) een registratieproject voor geotechnici en geotechnisch deskundigen opgezet. Deze registratie kadert in de algemene context van de Standaardprocedures Geotechnisch onderzoek van BGGG. In dit artikel wordt ingegaan op de praktische uitwerking van het registratieproject: types en subtypes, criteria (diploma, professionele ervaring, competenties, permanente professionele vorming), het verloop van het evaluatieproces en tenslotte ook het kostenplaatje en de verdere timing van het project.

Gerritsen, R., Harmsen, M., Niewerth, S., Zengerink, E., Huybregts, T., Dorst, K. (2021): Toepassing van geokunststoffen in de waterbouw. NGO-kennissessie: kennisdeling werkt beter. Geotechniek 2021, nr. 3, p. 50.

Voor het bevorderen van kennisoverdracht in het vakgebied organiseert de NGO meermalen per jaar verschillende activiteiten. Op 22 april 2021 is er een online lezingenmiddag georganiseerd met als onderwerp; ‘Geokunststoffen in de waterbouw’. Heb je de sessie gemist? Geen nood: in het artikel vinden jullie uitgebreide beschrijvingen van de verschillende sessies. Het programma omvatte een breed scala aan geokunststof toepassingen als filterlaag onder steenbekledingen, scheiding en isolatie van vervuilde waterbodems, verankeren en ontlasten van kademuurconstructies, geotextiele zandelementen, bentonietmatten als afdichting bij dijken en als laatste erosiebescherming op oevers en taluds. We kijken terug op een zeer geslaagde online kennissessie. Met meer dan 90 deelnemers was het de NGO-activiteit met het grootste aantal deelnemers van de afgelopen jaren!

Heemstra, J. (2021): 100 jaar ringspoorbaan Amsterdam. Stabiliteit tijdens het ophogen en zakkingen op de lange termijn. Geotechniek 2021, nr. 3, p. 34.

In 1921 ging de aanleg van de Ringpoorbaan in Amsterdam van start met de aanleg van een baanlichaam op een grondverbetering voor het gedeelte ten westen van de Amstel. In de jaren dertig werd er begonnen met de Spoorwegwerken Oost en de aanleg van de verbindingsbaan tussen de spoorlijn Amsterdam – Utrecht en het rangeerterrein in de Watergraafsmeer. De grote ophogingen, de slechte ondergrond en de snelle aanleg leidden tot grondmechanische puzzels. Met de elementaire kennis die men in die jaren juist had opgebouwd lukte het toch het werk tot een goed einde te brengen.

Juijn, P. (2021): 10 jaar Geobest. Geotechniek 2021, nr. 3, p. 22.

In 2011 richtte Erwin de Jong samen met ingenieursbureau Nebest het geotechnische bureau Geobest op. Inmiddels telt het bedrijf twaalf personeelsleden, met naast Erwin nog drie zeer ervaren medewerkers. De bedrijfsfilosofie is gebaseerd op betrokkenheid van het personeel, betrouwbare adviezen en uitvoerbare ontwerpen

Korff, M. (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. 25 jaar (vakblad) geotechniek. Geotechniek 2021, nr. 3, p. 11.

Lubking, P. (2021): Grond in de hand houden – de vorm van zandkorrels (1). Identificatie en classificatie van de korrelvorm. Geotechniek 2021, nr. 3, p. 16.

Schippers, R.J., Bijnagte, J., Tol, A.F. van (2021): Geotechnisch ontwerp van De Zalmhaven te Rotterdam (deel 1). Geotechniek 2021, nr. 3, p. 26.

In dit artikel wordt voor het project De Zalmhaven ingegaan op de berekeningswijze van de geotechnische draagkracht volgens NEN 9997-1+C2;2017 en de bepaling van de statische en dynamische veerstijfheid van de paalfundering van een 215 m hoge woontoren. Daarnaast is de zetting van het gebouw en de invloed op de omgeving gedetailleerd geanalyseerd met behulp van 3D Eindige Elementen berekeningen, waarop in een tweede artikel zal worden ingegaan. In het tweede deel wordt tevens aandacht besteed aan de resultaten van inmiddels uitgevoerde zettingsmetingen tijdens de bouw in relatie tot de zettingsprognose.

Vroom, P. (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. Vaste grond onder de voeten. Geotechniek 2021, nr. 3, p. 7.

Weringh, M. van, Roggeveld, R.P. (2021): Kwantificatie van het effect van verschillende ontwerp- en modelleringskeuzes op de buigende momenten van een gording. Modelleringskeuze van de belasting op een gording. Geotechniek 2021, nr. 3, p. 12.

Dit onderzoek heeft het effect van een geconcentreerde belasting op de optredende buigende momenten van een gording inzichtelijk gemaakt. Onderzocht is waar de gevoeligheden liggen. 1) De mate van spreiding van de belasting. 2) De positie van de ankers of stempels. 3) De relatieve stramienmaat. De onderdelen zijn opgenomen in het FEM programma SCIA Engineer 19. Na het normaliseren van de resultaten kon het effect van de verschillende onderdelen uitgedrukt worden in een aantal formules. Opvallend is dat de positie van de steunpunten bepalend is voor het kleiner of juist groter worden van de optredende buigende momenten, de andere twee onderdelen hebben juist een meer dempend effect. Uit het onderzoek blijkt dat er in sommige gevallen economischer ontworpen kan worden, terwijl men zich in andere gevallen juist rijk rekent met bepaalde aannames. Daarmee lijken de resultaten van dit onderzoek een waardevolle toevoeging te zijn bij het ontwerpen van gordingen van bouwkuipen of kadeconstructies. Verder blijken zuiver centrische en excentrische systemen ongevoelig te zijn voor de modelparameters ten tijde van ankeruitval doordat de momentensom in deze situaties onveranderd blijft.

Woollard, M. (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. Geotechniek – export en import van kennis en kunde. Geotechniek 2021, nr. 3, p. 9.

Albada Jelgersma, Ing. R, Cevaal, Ing. E., Bonnes, Ir. J., Varkevisser, Drs. A., Bevernaege, Ir. M, Vijlbrief, Ir. M, Verweij, Ir. A, Erdtsieck, Ir. T. (2021): Nieuwe Sluis Terneuzen. Diepe bouwkuipen van de sluishoofden. Geotechniek 2021, nr. 1, p.41.

De inpassing van de Nieuwe Sluis Terneuzen (NST) in het bestaande sluizencomplex is een bijzondere technische opgave, onder andere door de complexe bodemopbouw. In dit artikel lichten we de bodemopbouw en geologie in het projectgebied toe en wordt ingegaan op het innovatieve ontwerp en de complexe bouwfasering van binnen- en buitenhoofd. Vervolgens wordt ingegaan op de zwel vanuit de Boomse Klei.

Hinborch, Ir. M., Uitert, Ir. A.V. van, Dekker, Ing. E., Devrieze, Ir. Y., Rijneveld, Ir. B., Vijlbrief, Ir. M. CEng (2021): Verweking en taludstabiliteit bij heiwerk. Geotechniek 2021, nr. 1, p. 47.

Bij de bouw van de Nieuwe Sluis Terneuzen zijn buispalen en damwandplanken in de taluds van de waterkering geïnstalleerd. Vanwege de aanwezigheid van glauconiethoudend zand en Boomse Klei was sprake van zwaar hei- en trilwerk. Tijdens de werkzaamheden moest de taludstabiliteit gewaarborgd blijven. Hiertoe zijn heiproeven uitgevoerd, prognosemodellen opgesteld, trillingen en waterspanningen tijdens uitvoering gemonitord en beheersmaatregelen genomen. Zo konden de werkzaamheden beheerst worden uitgevoerd.

Hinborch, Ir. M., Uitert, Ir. A.V. van, Dekker, Ing. E., Verweij, Ir. A. (2021): Geotechnische risicoanalyse Westsluis. Geotechniek 2021, nr. 1, p. 53.

De bouwwerkzaamheden voor de aanleg van de Nieuwe Sluis Terneuzen hebben een invloed op de bestaande Westsluis. Middels de inzet van een geotechnische risicoanalyse in de ontwerpfase en een uitgebreide monitoring in de uitvoeringsfase, waarbij rekening wordt gehouden me de natuurlijke vervormingsbrandbreedte, wordt geborgd dat afwijkingen vroegtijdig worden geconstateerd en geen schade zal optreden.

Vijlbrief, Ir. M. CEng, Verweij, Ir. A., Bool, Ir. M. (2021): De Nieuwe Sluis in Terneuzen. Een grensverleggend en -overschrijdend project. Geotechniek 2021, nr. 1, p. 39.

Sinds eind 2017 wordt in opdracht van de Vlaams-Nederlandse Schelde Commissie gebouwd aan de Nieuwe Sluis Terneuzen (NST) om het havengebied van Gent en Terneuzen voor grotere zeeschepen toegankelijk te maken. De Nieuwe Sluis Terneuzen wordt 55m breed, 427m lang en krijgt een diepgang van NAP -16,44m, vergelijkbaar met de nieuwe sluizen in Panama. De bouw is in handen van aannemerscombinatie Sassevaart (BAM, Deme, Van Laere en Engie). Voor het ontwerp zijn onder leiding van BAM Infraconsult, DIMCO, ENGIE, van Laere en Dredging International verantwoordelijk met ondersteuning van o.a. IV Infra, Arcadis, RHDHV, SBE en Fugro.

Admiraal, B. (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. Enthousiasme voor de grond. Geotechniek 2021, nr. 2, p.35.

Arkesteijn, Ir. R., Lankreijer, Ir. T., Apon, Ir. M., Smienk, Ing. E. (2021): Nieuw universiteitsgebouw NU.VU Campusplein Amsterdam. Geoptimaliseerde bouwput, paal-plaatfundering en uitgebreide monitoring. Geotechniek 2021, nr. 2, p.26.

Bij de VU Amsterdam aan de De Boelelaan is een omvangrijk nieuw onderwijsgebouw gerealiseerd. De nieuwbouw is voorzien van een diepe kelder, uitgevoerd met plaatselijk gewapend onderwaterbeton en een geoptimaliseerd stempelraam. Er is een bijzondere paal-plaatfundering toegepast waarbij onder de plaat alleen verticale ankerpalen zijn geplaatst. Dit heeft geleid tot een substantiële besparing in kosten en bouwtijd. Bovendien heeft er tijdens de uitvoering alsook in de gebruikssituatie een uitgebreide monitoring plaatsgevonden van onder meer verticale deformaties van zowel belendingen, terrein, kabel en leidingen alsook de keldervloer. Ook is de horizontale vervorming van de damwanden intensief gemeten. In dit artikel worden het ontwerp en de uitvoeringswijze van de fundering en bouwput beschreven en wordt ingegaan op de bevindingen vanuit de monitoring.

Brouwer, R. (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. Vakblad Geotechniek jaargang 25. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 43.

Bruine, E. de (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. De volwassenheid bereikt. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 9.

Deen, J. van (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. Plus ca change, plus c’est la meme chose. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 7.

Eekelen, Dr. Ir. S.J.M. van, Zwaan, Ir. R., Nancey, Dr. A., Hazenkamp, Ing. M., Prof. Dr. Y. Hoon Jung (2021): Veldmetingen in een onder-water paalmatras met geotextiel-wapening. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 54.

Het hart van onze ontwerprichtlijn voor paalmatrassen CUR226:2016 is het Concentric Arches (CA) model van Van Eekelen et al. (2013, 2015). Dit rekenmodel is gevalideerd met behulp van meetdata van monitoringsprojecten en proevenseries. De ontwerprichtlijn is geldig voor paalmatrassen die overeenkomen met de paalmatrassen waarmee het Concentric Arches model is gevalideerd. Dit betekent onder andere dat de hele aardebaan boven de grondwaterspiegel moet liggen, en dat tenminste één wapeningslaag moet bestaan uit geogrid. Dit artikel beschrijft nieuwe veldmetingen voor een paalmatras met alleen geotextielen (maar zonder geogrids). De metingen laten zien dat de rekenregels van CUR226 ook toepasbaar zijn voor deze paalmatras. Bovendien meten we in deze paalmatras geen nadelige invloed van een stijgende grondwaterstand.

Heeres, Dr. Ir. O. (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. Digitalisering en expertise gaan hand in hand. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 65.

In memoriam Koos Mouw. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 60.

Nohl, Ing. W.A., Made, Drs. C.J.A.W. van der, Seters, Ir. A.J. van, Gelder, Dr. I.E. van, Knibbeler, Ir. A.G.M. (2021): Normen & Waarden: beschrijven en classificeren van grond volgens NEN-EN-ISO 14688. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 45.

In juli 2020 zijn NEN-EN-ISO 14688 deel 1 met Nationale Bepalingen NEN 8990 en NEN-EN-ISO 14688 deel 2 met Nationale Bepalingen NEN 8991 beschikbaar gekomen voor het identificeren en classificeren van grond. In 2020 stapt Nederland in de praktijk over van NEN 5104 naar deze nieuwe normen. In de Basis Registratie Ondergrond (BRO) wordt voor geotechnische boormonsterbeschrijvingen reeds uitgegaan van deze nieuwe norm voor projecten vanaf 1 januari 2020.

Ten opzichte van NEN 5104 is de wijze van beschrijven en classificeren in deze nieuwe normen substantieel anders. Waar NEN 5104 was gebaseerd op samenstelling in percentages van verschillende fracties en bijbestanddelen wordt in NEN-EN-ISO 14688 de focus gelegd op grondgedrag. Kortweg is dit een overgang van beschrijving op basis van samenstelling naar beschrijving volgens plasticiteit. Dit artikel geeft een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van de oude situatie en een handreiking voor het gebruik van de nieuwe norm.

Daarnaast wordt er in dit artikel aandacht besteed aan de kwaliteit van het grondmonster: er zijn stappen gezet om tot een eenduidige indeling van de monstername technieken te komen.

Servais, Ir. R., Houwelingen, Ir. A. van, Boorder, Ir. M. de (2021): Schachtdraagvermogen van verankerde damwanden in primaire waterkeringen. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 39.

Bij dijkversterkingsproject Gorinchem – Waardenburg zijn, voor het vaststellen van de ontwerpuitgangspunten voor het verticale draagvermogen van verankerde damwanden, de op dat moment in ontwikkeling zijnde richtlijnen geraadpleegd. Conform de daarin voorgestelde interactieberekening binnen een Eindige-elementenmodel en de geadviseerde uitgangspunten bleek het verticaal draagvermogen sterk ontwerpbepalend voor de inbeddingsdiepte van de damwanden. Met aanscherping van de uitgangspunten is de benodigde inbeddingsdiepte sterk gereduceerd. In de definitieve richtlijnen is gekozen voor de conusweestandmethode in plaats van een interactieberekeningen binnen een Eindige-elementenmodel. Volgens de schrijvens van dit artikel is een interactieberekening binnen een Eindige-elementenmodel echter de meest geschikte aanpak, biedt het meerdere voordelen en resulteert het in combinatie met de juiste uitgangspunten in realistische inbeddingsdieptes.

Tao, Y., Koopmans, R., Kwakman, L. (2021): Opdrijven, opbollen, opbarsten: onderzoek naar het gedrag van de deklaag achter dijken tijdens opdrijfcondities. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 20.

Het fenomeen uplift vertaalt zich naar het Nederlands naar het opdrijven, opbollen en/of opbarsten van de deklaag achter een (rivier)dijk. Het bezwijken van de deklaag door uplift kan als inleidend mechanisme voor piping en heave leiden tot algeheel dijkfalen. Het gedrag van de deklaag tijdens deze conditie is complex. Uplift wordt nu getoetst aan de hand van het verticaal evenwicht en bij het faalmechanisme interne erosie wordt aangenomen dat scheuren ontstaan in de deklaag wanneer niet wordt voldaan aan het verticaal evenwicht.

Dit artikel bevat een voorstel voor het verbeteren van de beoordeling van de sterkte van de deklaag. Uplift kan beter opgedeeld worden in twee delen: opdrijven en opbarsten. Opbarsten wordt dan beschreven door het bezwijken op trek- of schuifscheuren.

Tol em., F. van (2021): Column 25 jaar vakblad Geotechniek. 25 jaar vakblad Geotechniek! Geotechniek 2021, nr. 2, p. 19.

Vraag & Antwoord, CGF 1 Examenvraag juli 2020. Geotechniek 2021, nr. 2, p. 16.

Albada Jelgersma, Ing. R, Cevaal, Ing. E., Bonnes, Ir. J., Varkevisser, Drs. A., Bevernaege, Ir. M, Vijlbrief, Ir. M, Verweij, Ir. A, Erdtsieck, Ir. T. (2021): Nieuwe Sluis Terneuzen. Diepe bouwkuipen van de sluishoofden. Geotechniek 2021, nr. 1, p.41.

De inpassing van de Nieuwe Sluis Terneuzen (NST) in het bestaande sluizencomplex is een bijzondere technische opgave, onder andere door de complexe bodemopbouw. In dit artikel lichten we de bodemopbouw en geologie in het projectgebied toe en wordt ingegaan op het innovatieve ontwerp en de complexe bouwfasering van binnen- en buitenhoofd. Vervolgens wordt ingegaan op de zwel vanuit de Boomse Klei.

Bosschaart, Ir. J.W., Mathijssen, Ir. F.A.J.M. (2021): Kenmerkend grondgedrag bij belasten en ontlasten van Eemklei in een ongedraineerde triaxiaalproef. Geotechniek 2021, nr. 1, p. 24.

De resultaten van 27 ongedraineerde en 2 gedraineerde triaxiaalproeven op licht tot matig overgeconsolideerde Eemklei, waarbij axiale en radiale spanningsveranderingen zijn opgelegd, zijn gepresenteerd en op hoofdlijnen geanalyseerd. De waterspanningsratio geeft het aandeel van de waterspanningsverandering als functie van de incrementele deviatorspanningsverandering weer.

De waarden bij bezwijken versus OCR zijn in lijn met ervaringsgegevens.

Het effectieve spanningspad volgend uit ongedraineerde proeven is bij CIUAC-proeven overeenkomstig aan constant volume contouren bepaald met gedraineerde triaxiaalproeven. Bij zowel axiale extensie als radiale spanningsverandering wijkt het waargenomen gedrag duidelijk daarvan af, wat mogelijk veroorzaakt wordt door een koppeling tussen anisotrope plasticiteit en elasticiteit binnen de corresponderende vloeicontour.