Terug naar overzicht

Jaargang 24, 2020 - nummer 2


Artikelen

Asselen, S. van, Erkens G. (2020): Monitoring shallow subsidence in cultivated peatlands. Geotechniek 2020, nr. 2, p.42.

To develop a land subsidence monitoring system for cultivated peatlands four measuring techniques are applied in the north-eastern part of The Netherlands, including spirit levelling, extensometery, LiDAR and InSAR. The desired monitoring system should be able to capture long-term spatial and temporal subsidence trends at mm-scale accuracy. Preliminary levelling and extensometry results demonstrate seasonal and shorter-term dynamics with a total vertical movement of up to 35-40 mm in one-year time. A longer (multiple years) monitoring and experimenting period is needed to be able to determine long-term net subsidence (or uplift), and to optimize the subsidence monitoring system for peatlands.


Buuren, R.R. van, Haasnoot, J.K. (2020): Schadepredictie bij dijkversterkingsproject KIJK. Geotechniek 2020, nr. 2, p. 28.

Het dijkversterkingsproject Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard bestaat uit een traject van 10 km dijk met 1250 panden op en naast de dijk. Voor dit project is een uitvoerig belendingenonderzoek uitgevoerd met data uit het gemeentelijk archief. Ook is gebruik gemaakt van InSAR-satellietmetingen. Aan de hand van de satellietmetingen is de zettingssnelheid per pand bepaald, die gelinkt kan worden aan bijvoorbeeld het funderingstype van het pand. Gelijktijdig met het belendingenonderzoek zijn diverse alternatieven ontworpen voor de dijkversterkingsopgave. Voor al deze alternatieven is, op basis van een aantal karakteristieke panden, het risico op schade bepaald. Deze resultaten zijn vervolgens samen met het belendingenonderzoek gebruikt om voor alle panden het risico op schade te bepalen. Dit risico op schade is vervolgens meegenomen in de Multi Criteria Analyse om tot een voorkeursalternatief (VKA) te komen.


Dirne, Y., Hazenkamp, M. (2020): Waterberging in verhardingsconstructies. Geotechniek 2020, nr. 2, p. 58.

Waterberging onder een trambaan is een technische uitdaging die de Gemeente Amsterdam, GVB en Waternet hebben aangedurfd. Met de pilot Rooseveltlaan is aangetoond dat het mogelijk is om een trambaan te bouwen op 35% holle ruimte en tevens te voldoen aan de constructieve eisen van de beheerders.

Het ontwerp en de geotechnische onderbouwing van de constructie vereist maatwerk en is alleen mogelijk wanneer de eigenschappen van de constructiecomponenten onderbouwd kunnen worden.

Het pilotproject heeft ons geleerd dat we voorzichtig moeten zijn met de enorme groei aan ogenschijnlijke mogelijkheden van waterbergende constructies onder essentiële delen van de Nederlandse infrastructuur. Ontwerpers dienen de kwaliteitseisen te handhaven en randvoorwaarden aan te geven voor een verantwoorde en duurzame toepassing.


Ganne, P., Couck, J., Snethlage A.J., Jacobs, A. (2020): Heibaarheidsproef Glauconiethoudend zand en Boomse klei te Terneuzen. Geotechniek 2020, nr. 2, p. 20.

Voorafgaand aan de aanbesteding van de bouw van de Nieuwe Sluis te Terneuzen, heeft de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie VNSC, in samenwerking met Fugro, in 2016 heibaarheidsproeven laten uitvoeren door Jan De Nul in samenwerking met Besix. Met de proeven wordt de uitvoerbaarheid van het referentieontwerp aangetoond. Bovendien wordt de omgevingsinvloed van tril- en heiwerkzaamheden, zoals geluid en trillingen, onderzocht. In dit artikel worden de hoofdconclusies van de heiproef uit 2016 besproken en worden een aantal aandachtspunten voor toekomstige heiproeven opgenomen.


Geest, A.J. van der, Admiraal, B.J., IJnsen, P. (2020): Schaalproeven op draagvermogen grondverdringende (schroef)palen. Geotechniek 2020, nr. 2, p. 7.

De paalklassefactor αp is sinds 1 januari 2017 in de ontwerpnorm met 30 procent verlaagd. Dit leidt tot meer of langere c.q. dikkere palen. Een direct gevolg is ook verzwaring van de uitvoerbaarheid, met name in paalgroepen. Met de publicatie van de NPR 7201: 2017 is er meer duidelijkheid gekomen over de regels voor het uitvoeren van axiale paalproeven en het afleiden van paalklassefactoren.

Bij grondverdringende schroefpalen wordt sinds jaar en dag gediscussieerd over de invloed van de vorm van de schroefpunt op de paalklassefactor αp

Om gericht onderzoek te kunnen doen naar de invloed van de vorm van de schroefpunt op het bezwijkdraagvermogen van funderingspalen hebben tien funderingsbedrijven onder coördinatie van de NVAF de handen ineen geslagen. Er is samenwerking met de sectie Geotechniek aan de TU Delft gezocht om dit onderzoek uit te voeren en anders dan de gebruikelijke full scale paalproeven eerst paalproeven op schaal uit te voeren, waarbij grond verdringende geschroefde funderingspalen met verschillende puntvormen en geheide palen in speciaal daarvoor geprepareerd bodemprofiel met elkaar zijn vergeleken. De bij de proefbelastingen vastgestelde bezwijkdraagvermogens van hei- en schroefpalen blijken significant lager (tot 50%) te liggen dan de vooraf berekende bezwijkdraagvermogens op basis van de paalklassefactoren uit NEN 9997-1 van voor 1 januari 2017.


Keijer, H. (2020): Ontwerp en uitvoering van paalfunderingen tot 1991. Deel 2 – de beginperiode van berekeningen 1952 tot 1991. Geotechniek 2020, nr. 2, p. 26.

Dit artikel betreft het ontwerp en de uitvoering van paalfunderingen tot 1991, toen daarvoor nog geen normen bestonden. Dit tweede deel behandelt de beginperiode van berekeningen van 1952 tot 1991, waarin steeds vaker betonpalen werden toegepast in plaats van houten palen. Dankzij het beschikbaar komen van een berekeningsmethode op basis van sondeergrafieken werd het eenvoudiger om palen met hogere belastingen toe te passen zonder dat er proefbelastingen moesten worden uitgevoerd. Niet alleen de draagkracht van de palen was nu voorafgaand aan het heiwerk bekend, maar ook de benodigde lengte van de palen en de variatie daarin. Aanvankelijk werd de draagkracht van palen berekend met overall veiligheidsfactoren, vanaf 1985 werden partiële factoren toegepast conform de RFG (Richtlijnen voor Funderingen van Gebouwen).


Klein, I. e.a. (2020): Toepassing van geokunststoffen in de grond-, weg- en waterbouw: kennisdeling werkt beter. Geotechniek 2020, nr. 2, p. 62.

De NGO bevordert kennisdeling en juiste toepassingen van geotextiel en geokunststoffen in Nederland. Op 19 februari 2020 organiseerde de NGO samen met RWS en ProRail een gezamenlijke kennismiddag. Op deze kennismiddag zijn een groot aantal onderwerpen gepresenteerd over relevante toepassingen van geokunststoffen bij wegen en spoorlijnen. Aan de orde kwamen kwaliteitsborging, kerende constructies van gewapende grond, funderingswapening, toepassing van EPS, en systemen voor drainage en vibratiedemping.


Kok, S., Costa, A.L., Korff, M. (2020): Methodology for systematic assessment of damage to buildings due to groundwater lowering-induced subsidence in The Netherlands. Geotechniek 2020, nr. 2, p.46.

In the Netherlands, subsidence of peat and clay soils due to (artificial) lowering of the groundwater table and loading of soft soils causes extensive damage. The topic is a major concern to homeowners and public authorities but an integrated risk assessment is currently lacking. In this paper, we propose a modular methodology for the systematic countrywide assessment of two subsidence-related damage mechanisms to buildings: timber pile rot due to low groundwater levels and differential settlement of buildings on shallow foundations. Application of the approach is expected to support private and public decision-making on coping strategies e.g. in awareness raising and evaluating interventions.


Koning, M. de, Buuren, R.R. van, Haasnoot, J.K. (2020): Use of monitoring data for dike strengthening project KIJK. Geotechniek 2020, nr. 2, p. 50.

For the dike strengthening project Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK) in The Netherlands two studies have been undertaken for which monitoring data played an important role. The data is used to determine the amount of soil needed to balance the subsidence and to quantify the building settlement due to natural subsidence.


Kooijman, W. (2020): Climate-proof planning. Solution for preventing the immense cost of subsidence damage to dwellings and infrastructure. Geotechniek 2020, nr. 2, p.52.

The Delta Plan on Spatial Adaptation (DRA) aims to make the Netherlands climate-proof and water-resilient. Spatial adaptation means changing the public realm so that it can cope with the effects of climate change. As part of the DRA Programme (DPRA), Fugro was commissioned to contribute to a study on active groundwater level management.

In the 21st century, the Netherlands will be faced with four climate-related trends: it will get hotter, it will get drier (in summer), it will get wetter (in winter), and the sea level will rise. The effects and impact of this will be different for each sector. So far, over a hundred climate-related effects have been identified, from the rotting of wooden piles through to roads flooding.


Koster, K., Stafleu, J., Maljers, D., Meulen, M.J. van der (2020): Geotop: a standard in 3D land subsidence studies in The Netherlands. Geotechniek 2020, nr. 2, p. 39.

The Geological Survey of the Netherlands maps the Dutch subsurface systematically in 3D. Here we outline the development of GeoTOP, its recent application in subsidence studies, and its use under a newly implemented key register of the subsurface. Recent studies based on GeoTOP confirm that agricultural areas are more prone to subsidence by peat compression and oxidation than major urbanized areas. Subsidence is greatest in the central delta, a rural region that emits a lot of oxidation-related CO2, contributing to the greenhouse effect. Implementation of GeoTOP in the key register enables governmental stakeholders to make the right subsidence-related decisions


Lubking, P. (2020): Prikken in klei #7: grond in de hand houden. Het Pfefferkorn-apparaat. Geotechniek 2020, nr. 2, p. 18.